1.4.3 Contrast (minimum)
Zutphen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Zutphen (Nedersaksisch: Zutfent) is een stad in de Nederlandse provincie Gelderland, met 40.150 inwoners (1 januari 2023), gelegen aan de rechteroever van de rivier de IJssel. Het is de hoofdplaats van de gemeente Zutphen (49.322 inwoners, 30 september 2025).
De geschiedenis van Zutphen bestrijkt meer dan 1700 jaar. In die tijd is Zutphen uitgegroeid van een Germaanse nederzetting via een belangrijk machtscentrum rond 1000 en een succesvolle handelsstad rond 1300 tot een middelgrote stad anno nu. De stad kreeg stadsrechten aan het einde van de 12e eeuw en trad toe tot de Hanze. Het Wapen van Zutphen draagt nog altijd de symbolen van een Hanzestad.
In 2005 is de voormalige naastgelegen gemeente Warnsveld gefuseerd met Zutphen.
Geschiedenis
Zutphen ontstond in de Romeinse tijd als Germaanse nederzetting op een rivierduinencomplex. De nederzetting van de Frankische stam der Chamaven was vermoedelijk al vanaf het begin versterkt: twee parallelle, 5 meter brede en twee meter diepe V-vormige grachten sneden een strategisch puntje van het rivierduin bij de monding van de Berkel in de IJssel af. De plaats is al meer dan 1700 jaar continu bewoond en is een van de oudste steden van Nederland. De naam Zutphen is ontstaan uit Zuid-venne, een rivierduinencomplex te midden van drassige weidegronden. De nederzetting bleef in de vroege middeleeuwen op het huidige 's-Gravenhof bestaan, dit in tegenstelling tot veel andere woonplaatsen in de Volksverhuizingentijd. Na de incorporatie van de IJsselstreek bij het Frankische rijk rond 800 werd Zutphen een bestuurlijk centrum van de graven van Hamaland.
Ringwal
In de late 9e eeuw werd Zutphen verwoest bij Vikingaanvallen, waarna aan het einde van die eeuw een ronde ringwal werd opgericht met een 20 meter brede U-vormige gracht. De markten Groenmarkt, Houtmarkt en Zaadmarkt zijn nog een deel van die voormalige ringwal en gracht. In het midden van de 11e eeuw werd Zutphen enige tijd een vorstelijke residentie en werd er een palts gebouwd. Kort daarvoor was er een kerkkapittel gesticht. De oudste romaanse bouwfase van de kapittelkerk, de huidige Sint-Walburgiskerk werd in 1105 ingewijd. Sinds 1046 was de bisschop van Utrecht landsheer van het Zutphense graafschap. In de loop van de late 11e eeuw en de vroege 12e eeuw wisten de graven van Zutphen steeds meer macht naar zich toe te trekken. Onder de Gelderse graven werd de grafelijke stad, die sinds 1138 via huwelijk in Gelderse handen was gekomen, snel groter en economisch belangrijker.
Hanzestad
Deze locatie lag goed op de kaart bij de kooplieden, en Zutphen groeide snel en werd een van de Hanzesteden. Tussen 1191 en 1196 kreeg Zutphen stadsrechten toegewezen door graaf Otto van Gelre (1181-1207). Veel Gelderse steden (waaronder Arnhem, Doesburg, Doetinchem, Harderwijk, Lochem en Hattem) ontleenden hun later verleende stadsrechten aan die van Zutphen. De stad werd ommuurd in de 13e eeuw en uitgebreid met de in de 13e eeuw door de graaf gestichte Nieuwstad. In 1284 en 1336 vonden in Zutphen grote stadsbranden plaats. Dit had tot gevolg dat de rijke stad in snel tempo 'versteende'. Huizen werden met stedelijke subsidies in baksteen gebouwd. Vele tientallen huizen dateren nog van kelder tot kap uit de 14e eeuw. Zutphens gouden eeuw was de 14e eeuw. Zutphen werd de hoofdstad van de Graafschap Zutphen. De stad nam onder meer deel aan de Oostzeehandel, was vanaf de 13e eeuw lid van de Hanze en had handelsfactorijen aan de Sont in Skanör op het zuidwestelijke puntje van Schonen en Dragør op het eiland Amager. In de Rijnhandel was de stad zeer actief dankzij diverse tolvrijheden. Rond 1300 waren Zutphense kooplieden verantwoordelijk voor ongeveer een kwart van de waarde aan handelswaren die de Rijnmond van Lobith passeerde.
Muntrecht
Zutphen heeft gedurende enkele honderden jaren het stedelijke muntrecht gehad, maar actief gemunt is er slechts in vier muntperioden: 1478-1480, 1582-1583, 1604-1605 en 1687-1692. In eerdere perioden is ook door de Zutphense graven te Zutphen gemunt (Hendrik I (circa 1150-1181) en Otto I (1182-1207)), en later door de hertogen van Gelre (1499) en de provincie (1582-1583).
Tachtigjarige Oorlog
De 16e eeuw bracht moeilijke tijden voor Zutphen door de opkomst van andere steden en de Tachtigjarige Oorlog met de Spanjaarden. Na de roerige Gelderse Oorlogen in de eerste decennia van de 16e eeuw werden de vestingwerken van Zutphen gemoderniseerd, maar dat mocht niet baten. Op 10 juni 1572 werd de stad ingenomen door graaf Willem IV van den Bergh, een zwager van Willem van Oranje. Van den Bergh verdreef de Spanjaarden, die echter op 17 november 1572 de stad onder Don Frederik, de zoon van de hertog van Alva, heroverden. Geschiedschrijving tot in de 21e eeuw maakte melding dat hierbij honderden inwoners geëxecuteerd werden, het 'Bloedbad van Zutphen'. Nader onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat dit beeld onjuist is. Bij de plundering van de stad zullen ongetwijfeld een aantal burgers zijn omgebracht. Doelgerichte executies troffen echter vrijwel alleen de in de stad aanwezige Waalse huursoldaten. Deze troepen hadden eerder dat jaar gediend onder Lodewijk van Nassau en gevochten bij Bergen. Bij de overgave van die stad hadden zij een vrije aftocht gekregen onder de belofte een jaar lang niet tegen het Spaanse gezag te vechten. Dit op straffe van de dood. Zij hadden zich echter opnieuw bij Oranje aangesloten omdat zij anders door desertie hun aanspraak op achterstallige soldij zouden verliezen. Hun beslissing om na de hen verleende vrije aftocht aldaar toch weer dienst te nemen in het leger van Oranje had als gevolg dat zij allen werden opgehangen in bomen. Het aantal daarvan moet ongeveer 450 zijn geweest. In Zutphen was geen sprake van een geplande moordpartij op burgers zoals in Mechelen en Naarden.
Er volgden jaren van wisselende bezetting en belegeringen. Bij een vooral in Engeland bekende Slag om Zutphen sneuvelde in 1586 staatsman, dichter en vertrouweling van Elisabeth I: Sir Philip Sidney. Tussen 1582 en 1591 trok het grootste deel van de bevolking weg of werd vermoord. In 1591 werd de stad heroverd door Maurits van Nassau, tijdens het Beleg van Zutphen. Daarmee begon een lange periode van Zutphen als garnizoens- en vestingstad. In het Rampjaar 1672 werd Zutphen veroverd door het Franse leger. De Walburgiskerk werd opnieuw ingericht voor de katholieke eredienst, maar werd na het vertrek van de Fransen weer teruggegeven aan de protestanten.
Vestingstad
Kort na 1700 werd de vesting Zutphen uitgebreid naar ontwerp van Menno van Coehoorn en aan het eind van de 18e eeuw uitgebreid met de linies van Het Wambuis en Hooff. Er kwam een nieuwe gordel van lunetten en hoornwerken die het vijandelijk geschut nog verder van de stad moest houden. Zutphen was honderden jaren lang ingeklemd in haar vestingwerken. De bevolking groeide gestaag van 7500 inwoners in 1795 naar meer dan 15.000 in 1860 op slechts 47 hectare grond binnen de muren. De ruimtegroei begon pas weer toen in 1874 de vesting Zutphen werd opgeheven, en de muren om de stad verwijderd konden worden. Enkele delen van de vestingwerken zijn nog zichtbaar, zoals het Bourgonjebolwerk aan de IJsselkade, ook bekend als 'de Bult van Ketjen'. De groei van Zutphen bleef door waterproblemen (Baaksche Overlaat) en beperkte industrialisatie achter bij de landelijke trend. Pas in de jaren dertig van de 20e eeuw werd het inwonertal van 20.000 gepasseerd.
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog werd de stad zwaar getroffen door ten minste drie bombardementen en door twee weken strijd in 1945. Alleen al bij het bombardement van 14 oktober 1944 lieten meer dan 100 burgers het leven. Van de bijna 500 Joodse bewoners keerden er na de bevrijding ongeveer 60 terug. Na de oorlog stond alles in het teken van wederopbouw, restauratie en industrialisatie.
Tegenwoordig zijn in het centrum van Zutphen nog vele sporen te vinden van de middeleeuwse bloeitijd van de stad, zoals van de ommuring: de Drogenapstoren uit 1444, de Bourgonjetoren uit 1457, de Kruittoren van begin 14e eeuw, de Spanjaardspoort (een voorpoort van de oude Nieuwstadspoort uit circa 1400) en diverse waltorens aan de Bornhovestraat en Armenhage (13e eeuw). Daarnaast zijn er ook nog grote stukken stadsmuur te vinden, waaronder een stuk bij de Drogenapstoren, en een stuk bij de Berkelpoort uit het begin van de 14e eeuw met resten van twee waltorens. De middeleeuwse binnenstad van Zutphen herbergt achter de veelal jongere gevels een groot aantal bakstenen huizen uit de late middeleeuwen. Vele tientallen dateren zelfs tot en met de kapconstructie van voor 1400. Er zijn drie middeleeuwse kerken (zie verder) en resten van diverse kloosters en hospitalen.
In 1927 werd het Wijnhuisfonds opgericht, dat sindsdien meer dan 80, vaak verwaarloosde panden heeft opgekocht en gerestaureerd. Gerestaureerde panden worden verhuurd; de opbrengst wordt gebruikt om andere gebouwen te restaureren. Per 1 januari 2013 fuseerde de NV Stadsherstel met het Wijnhuisfonds, waardoor er nu een organisatie is die zich met de restauratie van oude panden in Zutphen bezighoudt.
Stadsuitbreiding na 1945
Tussen 1950 en 1970 is de wijk Waterkwartier gebouwd met meer dan 5.000 woningen. Dit is de grootste woonwijk van Zutphen. In de jaren 1970 is de wijk Zuidwijken gebouwd. Ze bestaat uit eengezinswoningen, afgewisseld door appartementen en maisonettewoningen. In de wijk is het overdekte winkelcentrum De Brink gelegen. In 1992 is de bouw begonnen van de wijk Leesten met in totaal circa 3500 woningen. Er wonen in 2024 ongeveer 9.000 mensen. In het oostelijke deel wordt nog gebouwd. In de wijk staat ook het ziekenhuis van Zutphen, een onderdeel van de Gelre ziekenhuizen te Apeldoorn.
Wikipedia: ☞